Zwartkijker

Amerika verzet zich tegen gesofisticeerd meesterwerk van Luc Besson.

Beste stripverfilming sinds 50 jaar”

Wordt Ravian gered door Europa?
Amerika verzet zich tegen gesofisticeerd meesterwerk van Luc Besson

door Ruud den Drijver

Vol spanning wordt uitgezien naar het resultaat van de lang verwachte Ravian-verfilming van Luc Besson naar Het keizerrijk der 1000 planeten, die deze week in Nederland en België in première gaat. De ambitieuze stripverfilming is de duurste niet-Amerikaanse film ooit en deed bij de release in de VS afgelopen week veel stof opwaaien. Onze grootste informant over de relatie tussen film en strip, animatieregisseur Ruud den Drijver, bekeek voor Het Stripschap de voorvertoning van Valerian and the City of a Thousand Planets. Conclusie: de film is een absolute ‘must see’.

 

Valerian vs. Tintin
Een werkelijk geslaagde stripverfilming is een zeldzaamheid. Afgezien van de inmiddels ingeburgerde franchises met de Marvel-helden aan de ene kant en het Justice League-team met Batman en Wonder Woman als hun concurrenten, laten filmbewerkingen zelden een voldaan gevoel achter bij de stripliefhebber. De 3d versie van Peanuts en de laatste live-action versie van Lucky Luke waren producten om snel weer te vergeten. In het recente verleden behoorde de Kuifje-film van Steven Spielberg tot de schaarse uitzonderingen. Een fotorealistische versie van ‘de klare lijn’ leek een onmogelijke opgave, maar Spielberg en zijn designers kregen het voor elkaar, met een smaakvolle interpretatie waar niemand zich voor hoefde te schamen, en zelfs bij de meest skeptische snobs in Frankrijk viel geen woord van protest te beluisteren. Voor zijn thuismarkt was Spielberg misschien wel iets te smaakvol geweest, want The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn haalde amper een kwart van de bezoekcijfers van The Smurfs, ordinaire blauwe latexdwergen met een populariteit waar velen het voorhoofd bij fronsen.

De Franse regisseur Luc Besson moest met Ravian: Het keizerrijk der 1000 planeten in meerdere opzichten Spielberg zien te evenaren. Hij had al eerder de oversteek naar Amerika gemaakt, met The Fifth Element, ontworpen door striptekenaars Jean “Moebius” Giraud en Jean-Claude Mézières, de tekenaar van Ravian. Zijn laatste film, Lucy, was in de VS zelfs een regelrechte hit. Maar de tijd gaat snel. Obama was nog president, en geen Amerikaan had in de gaten dat het om Franse importcultuur ging. Na het afgelopen weekend waren de Amerikaanse media in rep en roer: Valerian and the City of a Thousand Planets was beschamend geflopt, zo wisten vakblad Variety, The Washington Post en The New York Times te melden. Er klonk, vooral in Variety, een wat triomfantelijk toontje door in de berichten. Helemaal fair is het gejammer niet en de Europese stripliefhebbers worden er door op het verkeerde been gezet. Valerian haalde in het eerste weekeinde bijna het dubbele aantal bezoekers van Spielbergs The Adventures of Tintin en had maar liefst vier miljoen dollar meer omzet dan The Smurfs: The Lost Village over dezelfde periode. Waar het met Kuifje niet gelukt was om het hoofd te bieden aan de ‘smurftastische’ competitie, slaagde Besson er met Ravian in om met ruime cijfers van de smurfen te winnen. Het mocht niet baten. Spielberg wist de afkeer van de Fransen te omzeilen, maar Besson stuitte op frontaal Amerikaans verzet. Voor een gedeelte zal meespelen dat Valerian and the City of a Thousand Planets niet beantwoordt aan de onbehouwen stijl die in de VS bij superheldenfilms gangbaar is. Grotere boosdoeners zijn vermoedelijk de superieure kwaliteit van Bessons visuals en het exorbitante budget van 197 miljoen euro waarover hij kon beschikken. Het ligt voor de hand dat vooral door die eigenschappen in Hollywood de kinnesinne en angst voor concurrentie werd aangewakkerd.

America First!
De controverse tussen Amerika en Frankrijk is even oud als het bestaan van de film. Volgens de Amerikanen was Edison de bedenker, de Fransen houden het op de gebroeders Lumière, die met L’Arroseur arrosé de eerste stripverfilming opnamen. Amerikanen gaan dermate prat op hun H.G. Wells, Edgar Rice Burroughs, Flash Gordon en Buck Rogers, dat zij helemaal vergeten hoe de Fransman Jules Verne ooit de oervader was van het genre. Natuurlijk zijn er Amerikaanse grootmeesters geweest als Alex Raymond en Frank Frazetta, maar de echte visuele waterscheidingen kwamen vanuit Frankrijk, waar Jean “Moebius” Giraud en Jean-Claude Forrest het wereldwijde aanzien van de sf veranderden en het striptijdschrift Métal hurlant (schreeuwend metaal), via Franstalig Canada vertaald als Heavy Metal, de bakermat werd van het hedendaagse beeld-idioom in het genre. Blade Runner Amerikaans? Ook die wereld is visueel ontworpen door Jean Giraud. En War for the Planet of the Apes, de grote concurrent waar Valerian het deze week tegen moet opnemen, is dat soms niet superorigineel Amerikaans? Nee ook niet. Van oorsprong is het een Franse roman, La Planète des singes, van Pierre Boulle. Ongemakkelijke feiten die indruisen tegen de ‘America First!’-doctrine in de VS van vandaag.
Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, stuurde het promotieteam van Valerian openlijk aan op de heikele vergelijking met Star Wars, het onaantastbare monument van wonderkind George Lucas. Lijken Valerian en Laureline niet erg op Luke Skywalker en Prinses Leia? In werkelijkheid was het andersom, en heeft George Lucas zo veel vondsten uit de Ravian-strip geleend, dat Luc Besson sommige onderdelen van Het keizerrijk der 1000 planeten moest laten vallen. Zoals het verhoor van Ravian door uitheemse machthebbers, dat schaamteloos werd gekopieerd in The Empire Strikes Back. En het kostuum van Prinses Leia in Return of the Jedi, was letterlijk nagemaakt van Laureline in de Ravian-strip Land zonder sterren. Ook in The Phantom Menace en Revenge of the Sith was duidelijk geleend uit Ravian. George Lucas hield wijselijk de kaken op elkaar. Om het in te peperen, tekende Mézières een Ravian-cartoon waarin Prinses Leia en Luke Skywalker in hun, eveneens uit Ravian geleende, stamkroeg zitten. Leia draagt het kostuumpje dat ze van Laureline overnam en zegt tegen haar: ‘Grappig jullie hier te ontmoeten.’ Waarop Laureline koeltjes opmerkt: ‘O, wij hangen hier al een lange tijd rond.’

Nadat de Amerikaanse pers verstomde, gingen Christin en Mézières in interviews steeds een stapje verder, totdat Valérian in de Franse media werd uitgeroepen tot de oerbron van het reizen buiten de grenzen van ruimte en tijd. Dat werd de Amerikanen toch wat te gortig, en eerlijk is eerlijk: ze hebben gelijk. De ideeën in de eerste Ravian-verhalen leunen sterk op Amerikaanse tvseries uit die dagen. Wat bij auteur Pierre Christin de vierde dimensie heet, was door Rod Serling in The Twilight Zone al de zesde dimensie genoemd (later in de serie veranderde dit in de vijfde dimensie: ‘A dimension as vast as space and as timeless as infinity’), vrijwel letterlijk zoals in Ravian. En in Star Trek werden mensen ook op afstand gematerialiseerd in tijdruimtecabines (‘Beam me up, Scotty!’). Die serie liep net een seizoen toen Christin en Mézières aan hun strip begonnen. Daar staat weer tegenover dat sommige ideeën, zoals de kracht van de ‘Zuivere Gedachten’ ook al door de Fransman Stefan Wul waren beschreven in L’Orphelin de Perdide, later als Les maîtres du temps verfilmd, eveneens met artwork van Jean Giraud. Ook dit was een Franse stroming waar Valérian aansluiting bij zocht. Het ligt wat minder simpel, iedereen heeft geleend van iedereen, en de Amerikaanse halfgod Lucas uitjoelen als een goedkope imitator dat werkte misschien in Parijs, maar in Amerika overspeelde het promotieteam van Valerian zijn hand. Sf-grootmeester James Cameron erkende ruiterlijk dat Jean Giraud, de designer van Bessons The Fifth Element, van grote invloed was op Aliens, The Abyss en Avatar. Waarop Luc Besson op zijn beurt onthulde dat hij door het zien van Camerons Avatar overtuigd raakte dat een verfilming van Ravian mogelijk was. Zo werd het welles-nietes spelletje dan toch enigszins getemperd.

VALERIAN AND THE CITY OF A THOUSAND PLANETS
Photo courtesy of STX Films and Europacorp

Slaapmiddel
In deze wat korzelige ‘wie heeft de langste?’-sfeer wordt Valerian and the City of a Thousand Planets eerst in Amerika uitgebracht en daarna pas in Europa. In het vakblad Variety kwam een anonieme bron aan het woord die deze volgorde een strategische blunder noemde. Volgens de bron had de Amerikaanse distributeur het afgeraden omdat de week al bomvol zit met topfilms, War for the Planet of the Apes, Spider-Man: Homecoming, en niet te vergeten het in Frankrijk spelende oorlogsepos Dunkirk. Iedereen in de VS kent Planet of the Apes en Spider-Man, terwijl Valerian en Laureline amper bekend zijn bij het grote publiek. Wat als Valerian door de moordende concurrentie zou floppen? Dan zou dit ongetwijfeld een negatief effect hebben op de latere uitbreng in Frankrijk, en daarna Engeland en Australië, terwijl de vooruitzichten in die territoria juist gunstiger zijn. Er werd daarom, volgens dezelfde bron, aan Luc Besson geadviseerd om de uitbreng in Amerika uit te stellen naar augustus, wanneer het vaarwater minder woelig is. Maar, zo wist de informant van het vakblad, Besson wilde daar niets van weten, en diens bedrijf EuropaCorp betaalde alle Amerikaanse promotiekosten, tientallen miljoenen dollars, uit eigen zak. Zo werd, tegen de adviezen in, de film eerst in het onwennig reagerende Amerika gelanceerd.

De berichtenstroom in Variety, compleet met anonieme bronnen, mag opmerkelijk worden genoemd. Telkens een andere redacteur bracht een nieuw berichtje naar buiten, waarin zich een patroon aftekende van financiële karaktermoord, en met als centrale vraag: ‘Kan Besson het budget van meer dan 200 miljoen dollar terugverdienen?’ Het begon met speculatie over de bezoekprognoses. Voor het eerste weekend werd gevreesd dat de film misschien maar 16 miljoen dollar ging opleveren, en dat zou een matig resultaat zijn. Toen het 17 miljoen bleek te zijn, volgde niet de conclusie dat het meeviel, maar trompetterde Variety dat de film weergaloos was geflopt. Nogmaals ter vergelijk: Spielbergs Tintin bereikte ongeveer de helft van dit resultaat, en toen noemde het blad dit geen flop. De dag na de onheilstijding volgde nog een ‘coup de grace’: jubelend berichtte een andere verslaggever van het blad dat de aandelen van Bessons EuropaCorp met tien procent waren gedaald vanwege het desastreus floppen van zijn film.

Inhoudelijk hield Variety zich op de vlakte, te midden van berichten over het aanstaande faillissement van Besson werd het kennelijk niet chic gevonden om ook de film zelf nog af te kraken. Wel was er kritiek op de duffige blik van hoofdrolspeler Dane DeHaan.
The Washington Post varieert ietwat pittiger op dit thema. Meteen in de intro wordt het vermoeden uitgesproken waar de slaapkameroogjes van DeHaan aan te wijten zijn. ‘Het hoogtepunt van ironie,’ is volgens de krant, dat Valerian de naam is ‘van een plant die in gezondheidswinkels wordt verkocht als slaapmiddel.’ Geen wonder dus dat Dane DeHaan voortdurend zit te gapen. Ook hier doet de vergelijking denken aan selectieve verontwaardiging. Toen de acteur de rol van James Dean speelde in Life had hij dezelfde slaperige blik, die hem volgens de fans zo sexy maakt, en toen klaagde de krant er niet over. De WP slaat op de progressieve trommel, door vrijwel dagelijks af te geven op het beleid van president Trump, maar kennelijk geldt dit niet voor buitenlandse inmenging in de entertainment-industrie. Na de lollige stemmingmakerij wordt de recensie venijniger. Behalve de gedrogeerde DeHaan gedragen ook de andere personages zich niet zoals het hoort in een echte sf-film. De plot is onbenullig en ‘cockamamie(!)’ (onzinnig). Voor wie vertrouwd is met de robuuste diepgang van Captain America, kan Christins liflafferige poezië uiteraard niet bekoren en de recensent walgt van de film alsof hij zich in een cheeseburger verslikt waar roquefort in blijkt te zitten.

Dit patroon wordt voortgezet door kwaliteitskrant The New York Times, die nog een stapje verder gaat in het uiten van weerzin. Het kijken naar Valerian staat volgens deze krant gelijk aan (let op): het verpulveren van een dvd van The Phantom Menace en het poeder daarvan opsnuiven, gemengd met Franse cayennepeper ‘met een virtual reality helm op in een karaokebar in Las Vegas’. Een incoherente tekst die veel weg heeft van een dissociatieve beschimping, en de criticus maakt ook zijn verkapte excuses aan de lezer dat hij het niet beter onder woorden kon brengen. ‘Actually, that sounds like too much fun,’ gaat hij nog verder over de rand. ‘But you get the idea.’

Dat doen we zeker. De Nederlandse Heavy Metal-tekenaar Dick Matena signaleerde het verschijnsel al eens na de reacties op zijn strip Mythen in Amerika. ‘Mensen zeggen graag: “het lijkt op dit of dat”. Complete, totale originaliteit is angstwekkend, verwart mensen en maakt ze kwaad.’ En inderdaad, ‘cockamamie’, ‘ironisch slaapmiddel’, ‘vermalen dvd met cayennepeper’: het zijn termen op zoek naar een betekenis die eerder duiden op lichtelijke paniek dan op een evenwichtige analyse.

President van de aardse werelden
Een van de meest opzienbarende kanten aan Valerian and the City of a Thousand Planets is de manier waarop Luc Besson de ontelbare ingrediënten voor het voetlicht haalt die in andere films te zien waren, zonder ook maar een seconde aan Star Wars of Avatar te refereren. Zoals gezegd kon hij bepaalde onderdelen van Het keizerrijk der 1000 planeten niet meer gebruiken omdat die al door Lucas waren geleend in The Empire Strikes Back. Maar ook in andere Amerikaanse films was de inhoud al eerder geportretteerd. Zo waren Edge of Tomorrow met Tom Cruise en Jupiter Ascending met Channing Tatum eigenlijk ook al verfilmingen van Ravian en Laureline. Daar blijft Valerian and the City of a Thousand Planets heel ver bij uit de buurt. De film speelt zich daadwerkelijk af in onbestaande werelden die nooit eerder zijn gezien, hetgeen Besson benadrukt door contrastrijke iconen te gebruiken.

De openingsscéne, gemonteerd op Space Oddity van David Bowie, verbindt nieuwsbeelden van ruimtevaart en politiek uit het verleden, die onmerkbaar over gaan in een aannemelijk realistisch toekomstbeeld waarin de mensheid in contact staat met buitenaards leven. De scéne is meteen een artistiek hoogtepunt en vormt een film op zichzelf. Dit geldt eveneens voor de sequentie met zangeres Rihanna verderop in de film. Ook hier wordt, alsof er nog geen symboliek genoeg was, met scherpe contrasten verwezen naar iconen uit de geschiedenis. Besson introduceert haar als Liza Minelli uit Cabaret, in een wervelende scéne die Robin Williams niet had kunnen verbeteren. Dezelfde leestekens brengt Besson aan bij de introductie, als de kijker door Rutger Hauer, president van de aardse werelden, wordt ingewijd. Rutger Hauer, zo weet iedereen, is de cyborg uit Blade Runner, dus een symbool van Jean “Moebius” Giraud. Met deze scherpe accenten worden rust en duidelijkheid aangebracht en een scheiding tussen werkelijkheid en fantasie. Bij toeval kwam ik Rutger Hauer tegen, vlak voordat hij vertrok naar de studio van Besson in Saint-Denis, een voorstad van Parijs. Ik vroeg hem of de rol bij Besson vergelijkbaar was met zijn optreden in Christopher Nolans Batman Begins. Ook daarin speelde hij eigenlijk geen personage maar was hij simpelweg zichzelf, als levende icoon. Het hoogst bereikbare voor een acteur, alleen weggelegd voor filmlegendes van het kaliber Marlon Brando. ‘Dat vond ik heel moeilijk,’ zei Rutger. ‘Omdat Morgan Freeman ook in de scéne zat.’ Probeer naast zo’n man maar eens overeind te blijven, terwijl je niets anders te doen hebt, dan aanwezig zijn. In Valerian heeft Hauer dat probleem niet, en kan hij in zijn eentje de scéne naar zijn hand zetten. Dat doet hij dan ook, en hij bezorgt de film een zeer memorabele introductie. Zeg nu zelf: met Rutger Hauer als president slaap je een stuk rustiger dan met Donald Trump.

Beste stripverfilming
De lijn van realisme wordt konsekwent vastgehouden in het verhaal. Besson vertolkt hier de filosofie van schrijver Pierre Christin, die doctor is in Franse literatuur en ook politicologie studeerde. Vooral de politieke lijn, en het gevoel dat Ravian en Laureline echt op een ruimteschip werken, houdt hij vanaf het begin vast. Waar bij Star Trek de technieken over warp speed en nanometers het ene oor in gaan en het andere weer uit, wordt hier minutieus gespeeld met de begrippen ruimte en tijd en voel je zowel de begrenzingen als de onmetelijkheid van de ruimte. In het begin van het verhaal raakt Ravian buiten het bereik van de radar en dan weet je het zeker: er bestaat een ruimte buiten de ruimte. De gedachten die vijftig jaar eerder door Christin en Mézières zijn gelanceerd, worden voor het eerst echt tastbaar. Dane DeHaan en Cara Delevingne passen perfect in deze entourage. Ze zijn bijna te knap om echt te kunnen zijn, en lijken uiterlijk helemaal niet op Ravian en Laureline, maar toch zijn zij het helemaal. De twee vormen een gouden duo en ook solo zijn ze aanstekelijk. DeHaan is guitig als een jonge Tom Cruise in Top Gun, en Delevingne doet niet onder voor Scarlett Johansson in Lucy. Ze acteren met finesse, intelligentie en humor. En dan de vlekkeloze cgi, de talloze personages, de ruimtewezens die echt lijken te leven en nog nooit eerder, in geen enkele Amerikaanse film, zo’n hoge aaibaarheidsfactor hadden. Je zou er bijna door vergeten hoe sterk sommige bijrollen zijn, van de aardsschurk Clive Owen tot de goedgelove bemanningsleden van het ruimteschip zijn het herkenbare personages die recht doen aan de filosofie van Christin. Een diametrale tegenstelling met Amerikaanse sf-films. Captain America en Luke Skywalker strijden tot het uiterste om het kwaad te vernietigen. Ravian en Laureline spannen zich in om het goede te beschermen. Een subtiel verschil misschien. Mogelijk te subtiel voor een publiek dat liever wat meer agressie ziet. Dat neemt niet weg dat de psychologische lading die Besson er mee opwekt, buitengewoon groot is. De ontsnapping van Laureline die aan een uitheemse heerser geofferd dreigt te worden, heeft meer suspense dan geboden wordt in woeste Marvel-avonturen. Na afloop verlaat het publiek gelouterd de zaal.

De ambitieuze verfilming van Besson valt absoluut niet tegen. Sterker, hij leverde met Valerian and the City of a Thousand Planets een gesofisticeerd meesterwerk af, tot in de kleinste details perfect. Een absolute ‘must see’. Wat de Europese stripverfilmingen betreft moet je hiervoor zeker vijftig jaar terug gaan in de tijd, naar klassiekers als Barbarella en Diabolik. Valerian and the City of a Thousand Planets staat op een hoger niveau en is misschien wel de beste Europese stripverfilming ooit. De hamvraag blijft nu of de film de komende week in Europa op waarde wordt geschat, en of het Amerikaanse negativisme nog kan worden gecorrigeerd. De Nederlandse en Vlaamse pers heeft doorgaans de neiging om slaafs de opvattingen van Amerikaanse collega’s over te nemen. In Frankrijk is de pers eigenzinniger, maar ook daar wordt steeds collectivistischer gedacht over verhaallijnen en plotpoints, waar deze film zich – uiteraard terecht – niets van aantrekt. Mocht de film het commercieel niet redden, dan volgt hij de trend van Spielbergs The Adventures of Tintin en Bilals Immortel, ad vitam; peperdure films die te smaakvol bleken om als volksvermaak te dienen. De tijd zal leren hoe groot de waarde is van deze films. Valerian and the City of a Thousand Planets is, hoe dan ook, een zeldzaam geslaagde stripverfilming, een instant klassieker, waar we Luc Besson enorm dankbaar voor mogen zijn.

Terugblik op Angoulême 2017

Het lukt ons al jaren niet om zelf een bezoek te brengen aan het stripfestival van Angoulême. Stripliefhebber en inmiddels weer lid van Het Stripschap Bart van der Looij lukte dat wel. Op ons verzoek schreef hij bijgaand verslag. De foto’s zijn ook van Bart. Waarvoor dank.
 
Angoulême was zeer indrukwekkend, een groots opgezet festival met een grote verscheidenheid aan activiteiten verspreid over de hele stad. Het is een bijzondere ervaring om het hele weekend tussen meer dan 200.000 stripliefhebbers rond te lopen (in het manoir waar we verbleven, ontbeten we elke dag met 2 Nieuw-Zeelanders, een Italiaan, een Vlaming en drie Fransen – allen speciaal voor het festival afgereisd). De drukte was met name in de twee zogenaamde Bulles (megatenten waar de grote uitgevers hun stands hebben en de bekendste auteurs signeren) enorm.
 
Gelukkig waren er ook tenten waar kleinere uitgevers (zoals BD Must, uitgever van o.a. Henk Kuijpers, Eric Heuvel, Danker Jan Oreel en Paul Teng, allen aanwezig) en stripwinkels en verzamelaars stonden, presentaties, fora en interviews, en prachtige tentoonstellingen van o.a. Hermann (dit jaar president van het festival en zichtbaar genietend prominent aanwezig), Mézières en Eisner. Een klein minpunt wat mij betreft is dat het voor een ‘Festival International’ wel heel erg Frans is allemaal. Zelfs de website heeft geen Engelstalige versie… Voor mij bleef uiteindelijk toch het meest bijzondere om op een plek te zijn waar alles en iedereen strips ademt en waar de negende kunst inderdaad als volwaardige kunstvorm wordt neergezet, met uitgebreide belangstelling van radio, televisie en schrijvende pers.
 
De foto’s van Bart van der Looij vind je hier.

Van het een komt het ander

Op zondag 19 februari werd in de grote bibliotheek van Den Haag aan Het Spui de tentoonstelling

Van het een komt het ander geopend, een expositie die in het kader van De Stripdagen wordt georganiseerd. Het gaat om het werk van drie stripmakers die daarnaast vooral bekend zijn geworden door hun kinderboekenillustraties, Thé Tjong-Khing, Kees de Boer en Jeroen Funke.

Hierbij een impressie van de opening. Kijk ook op de Facebookpagina’s van StripNieuws en De Stripdagen.

De tentoonstelling is geopend tot en met 19 maart en is gratis te bezoeken. Naast Khing, Jeroen en Kees hebben collega Stef de Reuver en samensteller Rudy Vrooman meegeholpen met het schilderen van de titelwand.

De foto’s zijn van Alex Odijk.

Klik hier.